Bijspijkeren
Tussen de bedrijven door kijk ik graag naar reparatiefilmpjes. Deze filmpjes hebben bijna een verslavend effect. De gaatjes en vlekken in de kledingstukken zitten altijd op precies de juiste plek om ze netjes te kunnen repareren. De filmpjes hebben ook een hoog feel-good gehalte. Hoe erg het kledingstuk er ook aan toe is, het komt altijd weer goed. Een goed geënsceneerd reparatiefilmpje voelt voor mij als een romantische komedie. De hoofdpersonen weten uiteindelijk weer de draad op te pakken en ze knopen de eindjes weer aan elkaar. Na zo’n filmpje zit ik vaak vol inspiratie om de tips in de praktijk toe te passen.
Helaas gaat het repareren van mijn eigen kleren niet altijd over rozen. Als het gaatje in mijn favoriete paar sokken net gestopt is, verschijnt precies naast de gestopte draad een nieuw gat. Naaimachinenaalden begeven het plots na kilometers trouwe dienst als ik ze gebruik voor een reparatielapje en wanneer ik helemaal blij ben met een reparatie, blijkt het kledingstuk in kwestie mij niet meer te passen.
Dankzij mijn opleiding bij de Danckaerts Modevakschool ben ik best handig geworden met de naaimachine. Als ik vrienden en kennissen over die Costumière opleiding vertel krijg ik steevast een gehavend kledingstuk in handen waar de bewuste gesprekspartner graag reparatie advies over wil hebben. Hoewel het doel van die opleiding het maken van nieuwe maatkleding was, is het repareren van oude kleding ook een leuke uitdaging. Als de patiënt, in dit geval een spijkerbroek, op tafel ligt, doe ik er alles aan om hem van de verbrandingsoven te redden.
Van die ideale gaatjes uit de films is in mijn spijkerbroeken nooit sprake. De eerste plek waar ze het begeven is op de bips net onder de kontzakken. De reparatie is niet alleen zichtbaar op deze plek maar het is ook een fragiel punt van de spijkerbroek. Een slecht uitgevoerde reparatie kan zo maar een stuk onderbroek of bil prijs geven op het verkeerde moment. Wat toch wel tot een van mijn grootste reparatieangsten behoort.



In de loop der jaren heb ik verschillende broek reparaties uitgeprobeerd. Vaak knipte ik lapjes uit andere gehavende spijkerbroeken om er een andere mee te repareren. Ik wilde het zo onzichtbaar mogelijk doen dus stikte ik de spijkerlapjes aan de binnenkant van de broek vast. Aan de buitenkant ging ik er met een zigzaggende steek overheen om de losse draden vast te hechten. Zo’n reparatie bleef verschillende wasbeurten goed vastzitten maar naar verloop van tijd begonnen de draden steeds verder uit te rafelen. Ik durfde de broek dan niet meer buitenshuis te dragen uit angst voor het eerder genoemde onderbroekscenario.


Kortom, er was een nieuwe strategie nodig. De nieuwe oplossing leek erg op zijn voorganger maar nu werden de lapjes aan de buitenkant van de broek vast gestikt in plaats van aan de binnenkant. Dit hield langer stand en het viel niet erg op. Helaas had deze strategie ook mankementen. De spijkerstof van het reparatielapje rekte anders mee dan de originele spijkerstof waardoor er aan de uiteinden kleine gaatjes ontstonden (foto hiernaast). Op die hoekpunten kwam namelijk de meeste kracht te staan.



Het werken met meerdere lagen spijkerstof begon mij ook wat tegen te staan. Op de rechte stukken moest ik over 3 lagen spijkerstof stikken maar in de hoekjes soms over wel 4 of 5 lagen. Mijn naaimachine kan dit soort acties niet echt waarderen en kwam in opstand door nieuwe naalden krom te buigen. Van de eerste twee spijkerbroeken in het verhaal was het niet zo erg dat de strategie niet waterdicht was. Ze waren inmiddels zo vaak gedragen dat ze op andere punten ook begonnen te verslijten. Toch wilde ik graag de ideale spijkerbroekreparatie methode ontdekken en ik denk dat ik inmiddels dicht bij in de buurt ben gekomen.

De laatste spijkerbroek was zwart geverfd. Dit maakte het repareren een stuk eenvoudiger want foutjes zijn dan veel minder zichtbaar. Voor deze reparatie wilde ik eerst spijkerstof gebruiken maar omdat dit mijn enige zwarte broek was viel die optie af. In mijn kist met stoffen kwam ik een zwarte rekbare veloursstof tegen. Dit leek in de verste verte niet op spijkerstof maar het kleurde wel goed bij het zwart van de spijkerstof. De vorige spijkerbroek in dit verhaal vertoonde gaatjes bij de uiteinden van het reparatielapje dus daar moest ik wat op vinden.



Ik besloot de reparatielappen uit te breiden over de hele bips en naast de kontzakken uit te laten komen. Ik tekende eerste de vorm van de reparatie op papier en knipte deze uit de veloursstof. De lappen reeg ik vast op de broek en stikte ze een voor een vast. De veloursstof bleek door zijn elasticiteit en soepelheid heel geschikt te zijn om spijkerbroeken te repareren.
In de komende maanden of jaren zal ik erachter komen of dit inderdaad de beste methode is. In de tussentijd heb ik nog genoeg stof om bij te spijkeren.